Adres

Nieuwstraat 19A

2152BE Nieuw-Vennep

 

Telefoon

0252-689122

06-19883191

 

Contactpersoon

Maria Steeman

 

E-mail

maria.logo@online.nl

Taal

 

Taal is...

 

Het geheel van de door de spraakorganen, op basis van het taalvermogen voortgebrachte tekens waarvan de mens gebruik maakt, om zijn gedachten te articuleren, zijn wereld te ordenen en te communiceren (van Dale)

 

Met taal kunnen we met elkaar contact hebben, onze gedachten en gevoelens uiten en duidelijk maken wat we willen en denken. Taal is dus een onmisbaar hulpmiddel voor alle mensen(en mensen zijn de enige levende wezens op aarde die met taal communiceren!). Wanneer er moeilijkheden zijn met taal wordt goede communicatie gehinderd. Er kunnen hierdoor b.v. gedragsproblemen ontstaan. Werken aan taal betekent dus: werken aan een betere communicatie.

 

Stoornissen

 

De belangrijkste taal-gerelateerde stoornissen zijn:

 

· Taalontwikkelingsstoornissen bij kinderen

 

· Afasie: het verlies van taalvermogen na een hersenbloeding/beroerte of na een hersenbeschadiging(ten gevolge van een ongeval, operatie of ziekte)

 

· Lees-en schrijfstoornissen: lezen en schrijven zijn ook vormen van taal. Dyslexie b.v. valt dus ook onder taalstoornissen.

 

· Taalzwakte bij meertalig opgroeien kan voor problemen zorgen

  •    Eet- en drinkstoornissen bij kinderen

    Eet- en drinkstoornissen ontstaan doordat kinderen de spieren die nodig zijn bij het zuigen, afhappen van een lepel, bijten, kauwen en slikken niet onder controle hebben. Er kunnen ook afwijkende voedingsreflexen zijn. Kinderen met eet- en drinkstoornissen verslikken zich regelmatig en/of spugen veel. Weigeren van voeding komt ook voor en somskrijgt het kind dan sondevoeding.

     

    Bij sondevoeding wordt de voeding door een slangetje (meestal via de neus) in de maag gebracht. Er zijn meerdere redenen voor het geven van sondevoeding: Als een baby of een jong kind moeite heeft met slikken, als het kind niet kan slikken of voedsel weigert(zodat het te weinig voeding binnen krijgt) en als het eten risico’s met zich mee brengt voor het kind.

     

    De oorzaken zijn verschillend : De baby is b.v. te vroeg geboren en heeft nog onvoldoende kracht en uithoudingsvermogen om te zuigen en te slikken. Soms is het slikmechanisme verstoord(door beschadiging van mond of keel) of de besturing van het slikken vanuit de hersenen functioneert niet goed(door opgelopen hersenletsel voor, tijdens of na de geboorte). Soms kan het kind wel slikken, maar wil dat niet, om verschillende redenen. Ook dan kan de arts besluiten het kind met een sonde te voeden.

     

    Tijdens de periode van sondevoeding oefent het kind zijn mond- en tongspieren weinig. Dit is ongunstig voor de ontwikkeling van het zuigen, slikken, afhappen en kauwen. Dat heeft weer een negatieve invloed op de spraakontwikkeling. Als tijdens eten en drinken de mond- en tongspieren niet goed bewegen is er kans op problemen bij de vorming van spraakklanken. Bij het spreken worden immers dezelfde spieren gebruikt als bij eten en drinken.

     

    Wat doet de logopedist?

     

    De logopedist onderzoekt de totale motoriek en lichaamshouding tijdens het (geven van) eten en drinken. Gelet wordt op de aan- of afwezigheid van reflexen en de spierspanning en gevoeligheid in en rond de mond.

     

    Tijdens de logopedische behandeling wordt de eventuele afwijkende reflexactiviteit tegengegaan en de gevoeligheid in en rond de mond verminderd. De spierspanning bij de mond wordt gereguleerd. Hierdoor zal het eten en drinken gemakkelijker en plezieriger verlopen, aangepast aan de mogelijkheden van het kind. Het normaliseren van de mondmotoriek heeft ook positieve gevolgen voor andere mondbewegingen, zoals spreken. Bij sondevoeding geeft de logopedist het kind regelmatig een flesje of lepelvoeding. Op die manier worden mond- en tongspieren geoefend. Dit gebeurt eventueel in samenwerking met andere zorgverleners (fysiotherapeuten, diëtisten). De logopedist adviseert ouders en verzorgers over de houding waarin en de wijze waarop het eten en drinken het beste gegeven kan worden. Samen met de ouders en andere hulpverleners wordt gezocht naar geschikte hulpmiddelen die het eten en drinken vergemakkelijken(b.v. aangepaste stoel, lepel of beker).

     

    Meer informatie over eet- en drinkstoornissen bij kinderen

     www.umcn.nl/patient/ (klik op “patiëntinformatie”, dan “patiëntenfolders”, dan “kind en ziekenhuis”, dan “algemeen” en kies dan uit “eet- en voedingsteam”, “sondevoeding” of “voedingsproblemen”)

  •    Slikstoornissen bij volwassenen

    De mond wordt gebruikt om te spreken, maar ook om te eten en te drinken. Slikstoornissen kunnen ontstaan door veranderingen in de structuren van de mond, de keel en het strottenhoofd. Er kunnen problemen ontstaan in de aansturing van de spieren, of er kan sprake zijn van een plaatselijke beschadiging waardoor het slikken minder goed gaat.

     

    Na hersenletsel (b.v. door beroerte, ongeval, tumor) of een aandoening van het zenuwstelsel (bijvoorbeeld MS, Parkinson, A.L.S.) kan de aansturing van spieren problemen geven. Door een operatie in het hoofd- en halsgebied treden soms plaatselijke beschadigingen op of zijn er belemmeringen waardoor het eten en drinken minder gemakkelijk gaat. Stress en angst kunnen ook leiden tot problemen met het eten en drinken.

     

    Slikstoornissen hebben zowel lichamelijke als sociale gevolgen. Lichamelijke gevolgen zijn bijvoorbeeld verslikken, moeite met kauwen, het blijven hangen van voedsel of ongewenst gewichtsverlies. Sociale gevolgen van slikproblemen zijn b.v. dat het eten in een restaurant lastig is en/of dat het plezier in het eten en drinken verdwijnt.

     

    Wat doet de logopedist?

     

    De logopedist kan met slikonderzoek de oorzaak van de slikstoornis opsporen en vaststellen in welke fase van het slikproces de stoornis opspeelt. Onderzoek door een KNO-arts en/of een radioloog geeft nog meer duidelijkheid. Een patiënt met slikproblemen wordt vaak besproken in een multidisciplinair team(de behandelende arts, logopedist, diëtist, verzorging en eventueel de patiënt of zijn familie).

     

    Rekening houdend met de oorzaak en ernst van het slikprobleem, stelt de logopedist in overleg met de patiënt een behandelplan op. Doel van de logopedie kan zijn het verminderen van het risico op verslikken, het verbeteren van de voedingstoestand of het met meer plezier eten en drinken. Ook kunnen er compensatiestrategieën worden aangeleerd of specifieke spieren worden getraind. Er worden meestal adviezen aan de cliënt (en zijn omgeving) gegeven met betrekking tot b.v. de houding tijdens de maaltijd, consistentie van het voedsel en wijze van aanbieden.

     

    De resultaten van de slikbehandeling zijn in grote mate afhankelijk van de ernst en aard van de stoornis. Soms blijven er beperkingen bestaan en blijft een bepaalde voedselbereiding noodzakelijk of kunnen bepaalde voedingsmiddelen niet meer geslikt worden. Dan gaat de meeste aandacht naar het zo aangenaam mogelijk maken van eet- en drinkmomenten.

     

    Voor meer informatie over slikstoornissen

    www.dysphagiaonline.com